Logo Universiteit Utrecht

Growing up bilingual

Geen onderdeel van een categorie

Nederlands onderwijs in het buitenland gaat ons allemaal aan

Video:  Eveline Dit is Eveline, 8 jaar. Ze spreekt goed Nederlands, niet waar? Eveline woont sinds haar geboorte in Rome. Vader Joost komt uit Nederland, moeder Annalisa is Italiaanse, maar spreekt goed Nederlands. Naast dat er vaak Nederlands wordt gesproken in het gezin, zitten Eveline en zus Noemi sinds drie jaar op Nederlandse les. Hun vooruitgang in de Nederlandse taal is ongelooflijk, zeggen de ouders. Hier zou echter binnenkort een einde aan kunnen komen, omdat er plannen zijn om de subsidie voor het Nederlands onderwijs in het buitenland te beëindigen. Afgelopen voorjaar hadden we een oproep op onze site geplaatst om de petitie van de Stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland (NOB) te ondertekenen. Op 5 juli publiceerde de NOB  een kort bericht hierover: vlak voor het zomerreces zou een groot deel van de Kamer steun hebben betuigd aan het behoud van een basis voor het Nederlands onderwijs in het buitenland. Het probleem is dat ook zo´n basis grote gevolgen kan hebben voor de kwantiteit én kwaliteit van deze scholen. Maar waar gaat het eigenlijk over als we over Nederlands onderwijs in het buitenland praten? Ik sprak daarover met Joost en Annalisa. Het gezin woont in de buurt van Rome en de kinderen bezoeken ´t Kofschip, de Nederlandse school in Rome. ´t Kofschip heeft meer dan honderd leerlingen die drie uur per week les krijgen in de Nederlandse taal en cultuur. De klasjes volgen dezelfde structuur als het basisonderwijs in Nederland en de leerkrachten zijn allemaal goed opgeleide vakspecialisten.  Joost en Annalisa vertelden dat de Nederlandse overheid, tot nu toe, ongeveer € 300 per kind per jaar ter beschikking stelde voor het volgen van onderwijs in de Nederlandse taal in het buitenland. Op dit bedrag moesten de ouders nog ongeveer € 500 per kind toeleggen. Veel van deze ouders zijn geen expats met riante arbeidsvoorwaarden, maar gewone werknemers van Italiaanse bedrijven. Het wegvallen van de subsidie zou voor deze groep de kosten voor de Nederlandse lessen behoorlijk verzwaren, zeker voor gezinnen met meer dan een kind. Dat dit dramatische gevolgen kan hebben voor de toekomst van het Nederlands onderwijs in het buitenland is makkelijk te voorzien. In plaats van een discussie aan te gaan over materiële kosten, lijkt het me interessant een keer te praten over de (wellicht) niet-directe materiële voordelen die deze tweetalige kinderen hebben. In een tweetalig gezin zijn twee werelden aanwezig en beide maken deel van de identiteit van het kind. Als ouder wil je graag dat je kind jouw stukje wereld leert kennen. En, zoals Joost en Annalisa zeggen, dat kun je het beste in je eigen taal doen, omdat je daarmee ook makkelijker een stukje gevoel kan overbrengen. De Nederlandse school in Rome zorgt hiervoor door kinderen via de Nederlandse taal kennis te laten maken met de Nederlandse cultuur. Sinterklaas, Koninginnedag en andere typische Nederlandse evenementen worden uitgebreid behandeld in de les en verwerkt in allerlei activiteiten. Dan wordt het ook makkelijker om thuis er verder over te praten. Ook de verhalen van familie en vrienden vanuit Nederland worden dan veel levendiger. Maar naast de voordelen vanuit een persoonlijk perspectief, dragen de taal- en cultuurkennis die deze kinderen opdoen bij aan hun vorming tot flexibele wereldburgers, die soepel tussen twee culturen kunnen schakelen. Zowel voor studenten als voor werkende volwassenen wordt het steeds normaler een periode in het buitenland door te brengen. Bedrijven geven jaarlijks heel veel geld uit om ´in company´ taaltrainingen te organiseren. Taal- en cultuurkennis is het magische passepartout. Meertalige werknemers (zeker van ´exotische´ talen, zoals  het Nederlands of het Italiaans) zijn nu al heel aantrekkelijk op de globale arbeidsmarkt. Maar ook voor Nederlanders die een buitenlandse ervaring overwegen is het geruststellend om te weten dat hun kinderen ook buiten Nederland de Nederlandse taal kunnen blijven leren. Dat maakt het terugkomen naar Nederland veel makkelijker. En wie terug komt, neemt waardevolle bagage aan vak- en mensenkennis met zich mee. Nederlands onderwijs in het buitenland is dus niet een dure hobby voor een kleine elite, maar een investering in de opvoeding van jonge mensen in het belang van ons allemaal. Natuurlijk, in crisistijd moet iedereen iets inleveren. Maar door er vanuit een positief perspectief naar  te kijken, door te focussen op de individuele én maatschappelijke voordelen van het behoud van de Nederlandse taal, kunnen er misschien nieuwe partners/geldschieters gevonden worden, zodat steeds meer kinderen van de pracht van meertaligheid kunnen genieten. Zie ook de link op de NOB webpagina: http://petities.nl/petitie/behoud-nederlands-onderwijs-in-het-buitenland Manuela Pinto 01/09/2013

U moet ingelogd zijn om een reactie te kunnen plaatsen.